Noordzee

Swell

Swell, ofwel deining, is wat we surfen. Swell voorspellingen zijn steeds accurater en echt nodig voor de Vlaamse kust. De goede dagen zijn helaas spaarzaam. De belangrijkste swell generator is wind. Wind kan zowel op korte als op lange afstand swell produceren.

Op korte afstand is dan sprake van “windswell”. Deze golven missen kracht en hoogte en de punch van de golf zit vaak enkel in de punt.

Op lange afstand kunnen lagedrukgebieden ontstaan. De wind in lagedrukgebieden is heel heftig en draait tegen de klok in. Lagedrukgebieden op zee, vormen dan ook makkelijk storingen op het wateroppervlakte. Hoe langer de wind blaast, hoe groter deze golven zullen worden door de zwaartekracht. Wanneer de “fetch” lang genoeg duurt en de wind hard genoeg is, ontstaan de krachtige en hoge golven waarop we graag surfen. Dit noemt “groundswell”. Deze swell reist verschillende honderden kilometers en kan zich gedurende deze tijd vormen. Snelle, krachtige golven halen de tragere in en hervormen in “sets”. Op deze manier wordt de “period” of afstand tussen de golven steeds groter. Hoe langer de period hoe mooier de vorm van de golven en wanneer deze dan op de kust breken, zie je mooi de swell uitlijnen.

De Vlaamse kust heeft zeer beperkte mogelijkheden van goede swell vorming. De allerbelangrijkste zijn uitgediepte lagedrukgebieden die van west naar oost trekken boven de Britse eilanden. Hoe langer de kern van het lagedrukgebied boven zee blijft liggen, hoe beter.

Van even groot belang zijn de plaatselijk omstandigheden:

1. Stand van het water

Omdat de Noordzee voor onze kust ondiep is, verliezen de golven veel kracht door de zandbanken dieper in zee die de golven afremmen. Hoogwater is dan ook vaak het beste moment om te surfen. Hoe noordelijker je gaat, hoe minder invloed de stand van het water zal hebben.

2. Wind

Wind is van heel groot belang voor de vorm van brekende golven. Wanneer de wind onshore is (in het geval van België is dit de dominante N-NW wind), worden de golven stukgeblazen. Daarom wacht je dus best op de windstille dagen, of in uitzonderlijke gevallen op offshore wind: ZZW tot ONO wind.

3. Ondergrond

De ondergrond is van cruciaal belang hoe de golf precies zal breken.

Een lichte stijging van de bodem, zal resulteren in vlak brekende golven, zonder al te veel power. Een plotse stijging leidt tot hollere golven.

Theorie

In een golf waarbij het zeeoppervlak sinusvormig varieert, varieert ook de verticale en de horizontale component van de watersnelheid sinusvormig, zodanig dat in diep water de waterdeeltjes in eerste instantie een cirkelvormige beweiging maken. De golfvorm verplaatst zich echter wel, met een snelheid van 1,56 maal de golfperiode in seconden. Een golf met een periode van 10 s verplaatst zich dus met een snelheid van 15,6 m/s oftwel 56 km/urr. De in de golf opgeslagen energie wordt door golven verplaatst met de helft van deze snelheid, d.w.z. 28 km/uur voor golven met een periode van 10 s. Als de waterdiepte minder dan de helft van de golflengte is, dan beginnen de golven de grond te voelen. De snelheid waarmee de golven zich voortplanten wordt dan kleiner. De waterdeeltjes beschrijven niet langer cirkels, maar ellipsen.

In de Noordzee kan de windbaan bij wind uit noordelijke richting veel groter zijn dan bij wind uit andere richtingen. De hoogste golven in de Noordzee vindt men dan ook bij die windrichting. In de Noordzee is de zeegang in het algemeen lager dan op vergelijkbare geografische breedten in de Oceaan. Naar het zuiden neemt de gemiddelde golfhoogte af. Door de jaarlijkse gang van de windsnelheid is de gemiddelde golfhoogte in de Noordzee in de winter hoger dan in de zomer. De belangrijkste deining komt in het algemeen uit het noorden, vaak afkomstig uit windvelden boven de Noorse zee.

De onderstaande grafiek geeft weer hoe je de hoogte van golven in de noordzee zelf mathematisch kan benaderen:

chart

Zelf voorspellen

Vertrouw niet langer op onbetrouwbare bronnen, maar maak zelf je eigen voorspellingen aan de hand van synoptische kaarten.

In deze sectie proberen we via een paar handige tips de knepen van het vak te leren.

Drukverschillen

chart1drukverschillen

 

– Een synoptische kaart geeft de drukverschillen weer in de atmosfeer op een hoogte van 10meter,
– 1013Hpa is het neutrale drukgradiënt in de atmosfeer
– Bij een druk >1013Hpa spreken we van een hogedrukgebied of anticycloon
– Hoe hoger de druk vb 1044, hoe stabieler er sterker dit hogedrukgebied
– Bij een druk – Hoe dieper de depressie – hoe onstabieler en krachtiger ze is.
– Er is steeds een wisselwerking tussen hoge- en lagedrukgebieden.

Andere symbolen op de kaart

 

chart2anderesymbolen

– Prognoses gaan tot 132 uur, deze zijn niet zo betrouwbaar, omdat ze veel te ver vooruit zijn (5dagen)
– Kaarten tot 2 dagen vooruit zijn wel betrouwbaar
– Warmtefront: de bollen geven de richting aan hoe het warmtefront zich verplaatst, achter deze bollen zit er warme lucht.
– Koudefront: de driehoeken geven de richting aan hoe het koudefront zich verplaatst, achter de driehoeken zit er koude lucht
– Occlusiefront: koude lucht verplaatst zich sneller dan warme lucht, als de warme lucht is ingehaald, spreken we van een occlusiefront.
– Occlusiefronten gaan gepaard met onweer en de vorming van depressies

De windrichting

chart3wind

Hoe dichter de isobaren bij elkaar staan – hoe meer wind.
Hoe verder de isobaren bij elkaar staan – hoe minder wind er is

Windrichting in hogedrukgebieden: wijzerszin

Windrichting in lagedrukgebieden: tegenwijzerszin

De wind verplaatst zich quasi evenwijdig met de isobaren. Er is wel een maximumafwijking van 15° naar de kern van de depressie toe. Dit kan wel een groot verschil maken in surfkwaliteit, zeker in ons land, maar dit valt niet te voorspellen.

Swell

Swell is de energie-overzetting van wind op water. Swell ontstaat door een combinatie van:

De oriëntatie van de depressies -windrichting – windsnelheid -afstand van de wind (fetch) in combinatie met de lokale wind.

Depressies: hoe dieper hoe beter
Oriëntatie: de isobaren moeten richting de specifieke kuststrook wijzen
Windrichting: in de richting van de wind zal de swell zich verplaatsen
Windsnelheid: hoe harder de wind – hoe groter de golven
Fetch: hoe langer de fetch – hoe groter de golven + hoe langer de swell duurt
Lokale wind: is verantwoordelijk voor glassy – onshore – sideshore of offshorewind.

Interpreteren

 

Nederland en België hebben een schat aan meet- en boeigegevens te bieden.

Deze zijn voornamelijk terug te vinden op de websites van actuelewaterdata.nl voor Nederland en vlaamsehydrografie.be voor België.

De Nederlandse boeigegevens zijn veel gedetailleerder zodat ze een beter zicht geven op N, NW en NO swell. Op actuelewaterdata.nl geeft de blauwe lijn de pure, krachtige, deining weer. Dit is dan ook de golffrequentie die je in de gaten moet houden op de boeien IJ-geul munitiestortplaats die voor Hoek van Holland ligt en, belangrijker voor België, Europlatform 3.

Volgende gegevens zijn dan ook bruikbaar voor ons:

Golffrequentie 30-11 mHz: dit is de blauwe lijn

Indien de golfhoogte op 30-100 mHz bv. 50 cm aangeeft, zal dit bij hoogwater en onder de juiste omstandigheden een meter pure deining opleveren. Langs de andere kant zal 100 cm windswell vaak niet eens surfbare golven opleveren.

De significante golfhoogte zegt op zich vrij weinig en moet je steeds gecombineerd bekijken met de gegevens van golffrequentie.

Golfperiode

Kwalitatieve golven zullen een periode van meer dan 5 seconden opleveren. De echt krachtige golven voor onze Noordzee gaan van 6 tot soms 10 sec.

Piekfrequentie

Deze gegevens tonen aan hoeveel afstand de golven tussen zich hebben. Onder de 150 mHz heb je kwalitatieve golven met een goede tussenperiode

3,986 total views, 2 views today

kyo