|
 |
| |
|
- Surfen
Geschiedenis van het surfen
De aloha spirit
De eerste stappen
Surfconditie
Surftechniek
- Surfboards
Boardguide
Fins Concave Tail Rocker
Constructie
Leash
- Golven
Hoe ontstaan golven
Cursus voorspellen
Klassieke condities
Swell tips
Spots?
Voorrangsregels!
- De
Noordzee
Algemeen
Stroming
Waterkwaliteit
- Wetsuit
Het wetsuit principe
Zomer
Winter
Tussenseizoen
Botjes - handschoenen - kapje
- Save
the wave
Save the waves coalition
Surfrider Foundation
Surfers against Sewage
The Green Wave awards
Surfaid
- Links
Alle surflinks
|
|
|
|
 |
| |
| |
|
Eerst en vooral heb je
verschillende type planken, of shapes.
Je kan de verschillende
types meestal indelen in één van deze 3 grote groepen:
- Longboard of malibu:
de klassieker, een heel lange shape, vaak ook breder en dikker dan andere
boards;
Er zijn veel variaties
mogelijk op het longboard.
Voor progressive longboarden
gebruik je meestal een radicale shape (veel concave) en een tri-fin setup.
Voor het klassieke longboarden,
heb je een vrij, of helemaal, vlakke shape, met één grote
(single)fin, die veel drive en stabiliteit geeft voor het noseriden. Deze
boards pakken heel gemakkelijk golven door hun volume en shape.
Longboards starten vanaf
9'.
- Mini-malibu: dit
is de perfecte shape voor beginners of golven met wat minder power, maar
waar je toch wat losser op wilt surfen dan met een longboard.
Eigenlijk een longboard
in het klein.
Van deze shape kan je makkelijk
naar longboarden of shortboarden evolueren.
Vanaf 7' tot 9'
- Shortboard: de
plank voor de grotere en snellere golven. Dit soort planken heeft weinig
volume en zakt dus als het ware weg in het water, snelheid houden is dus
de boodschap. Door de compacte vorm en het licht gewicht zijn manoeuvres
gemakkelijker uit te voeren dan met gelijk welke andere plank. Deze plank
heeft een zeer stijle leercurve.
De meeste planken tot 7'.
|
|
|
|
|
|
BOARDGUIDE
|
| |
|
Voor de Noordzee zijn echter
heel wat type boards uitermate geschikt en deze vallen niet zomaar in
te delen in de bovenvernoemde categorieën:
- Fish: dé
ideale plank voor kleinere (zelfs tot kniehoog) golven. De fish heeft
veel meer volume dan een shortboard, maar een vergelijkbare lengte. Je
kan er dus radicaal mee surfen, maar tegelijk behoudt je veel drijfvolume.
Dit komt door de dikte en breedte van de plank die vaak een longboard
benaderen.
Ook de fish kan je verder
opdelen. Zo heb je bijvoorbeeld de retrofish. Dit is een vaak gesurfte
shape op de Noordzee. Dit type fish ziet eruit als een raket en heeft
een speciale fin setup, namelijk een quad (4 vinnen) of een twin (2 vinnen).
- Egg: ook deze
plank is heel populair voor de Noordzee. De naam zegt het zelf, deze shape
ziet eruit als een ei. Een egg paddelt makkelijk en neemt dus makkelijk
golven, maar surft ook wat losser dan bv. een mini-malibu.


vlnr: longboard, egg, shortboard,
retro fish
Welk
board neem ik best als beginner?
Dit
is een veel gestelde vraag en is eigenlijk moeilijk te beantwoorden. In
hoofdzaak heb je als echte beginner (volledig nieuw of reeds enkele lessen)
keuze uit een aantal type boards:
-
longboard: deze zijn door hun groot drijfvermogen ideaal om te leren surfen.
Je hebt ook longboards met een "soft top", dit is een zachte
mousse die op het bovendek van het surfboard is aangebracht en de eerste
surfervaring vergemakkelijkt. Deze longboards met soft top zijn ideaal
voor de eerste lessen, en daarom vaak in grote aantallen aanwezig op surfscholen,
maar dit soort plank ontgroei je zeer snel.
Een
longboard heeft als enige nadeel dat hij voor de beginner vrij stroef
en moeilijk draait. Een hieraan gekoppeld nadeel is dat wanneer je naar
shortboarden wil evolueren je direct vast komt te zitten. Ook is een longboard
praktisch moeilijker in gebruik dan een kleiner typee board (bv. transport,
plaats om weg te bergen, ed.)
-
mini-malibu: dit type plank is iets moeilijker onder de knie te krijgen
dan een longboard, maar wel perfect om te evolueren naar een shortboard.
Je kan een mini-malibu ook verder blijven gebruiken voor de kleinere dagen,
wanneer je met een shortboard moeilijk wegraakt.
Ook
ideaal voor de twijfelaars die nog niet weten of ze willen shortboarden
of longboarden.
-
shortboard, egg, fish, ...: hoewel niet aan te raden voor echte beginners
omwille van hun stijle leercurve kan je met een iets grotere, dikkere
of bredere shortboard, egg of fish in de wat grotere golven (+ 1m) ook
de basis van het surfen aanleren. Het voordeel is dat je meteen een plank
hebt waarmee je langere tijd verder kan.
|
|
|
FINS
|
| |
|
Zoals verschillende type
planken, heb je ook verschillende soorten vinnen.
Enkele vuistregels:
- Hoe meer "basis"
je vin heeft, hoe meer drive en snelheid je zal hebben. Hoe smaller de
basis, hoe makkelijker de plank zal draaien, maar bij steile en snelle
golven zal je vin makkelijk uit de golf raken, waardoor je plank begint
te spinnen.
Cutaway fins nemen een
deel van de basis weg, waardoor draaien makkelijker wordt.
- De "rake"
van de vin bepaalt hoe je plank zich gedraagd bij het draaien. Weinig
rake zorgt voor brede bochten. Weinig rake maakt de plank nerveuzer.
- Bepaalde vinnen hebben
veel "flex". Deze zijn ideaal voor gebruik op onze golven,
omdat ze energie van een turn opslaan en nadien weer losgeven. Flex heeft
wel als nadeel dat je je board niet zo precies meer kan sturen en bij
hoge golven kan dit weleens problemen geven.
- De "plaatsing"
van de vin is verschillend naargelang je een shortboard of longboard surft.
Bij longboards is de vuistregel:
hoe dichter naar de neus toe, hoe stabieler het board wordt (bv. voor
het noseriden). Hoe dichter naar de tail toe, hoe makkelijker het board
draait.
Bij een shortboard is de
regel: centerfin meer naar de neus toe en de sidefins naar de tail: het
board wordt losser. centerfin naar de tail en sidefins naar de neus: het
board zal meer drive krijgen, maar reageert minder. Op een shortboard
kan je de sidefins ook nog op verschillende manieren roteren. Dit kan
je hier
bekijken.
Door de experimenteren
kom je snel tot de beste positie voor je board en surfstijl.
cutaway fin
vin
met veel rake
vin
met korte rake
|
|
|
CONSTRUCTIE
|
| |
|
Er
zijn verschillende soorten surfboardconstructie.
De allereerste surfplanken werden gemaakt uit boomstammen. De stamhoofden
en edelen van Hawaï surften een “Olo”, terwijl het gewone volk het moest
te stellen met een “Alaia”.
Het allereerste revolutionaire design is van de hand van Tom Blake
die in 1926 het eerste holle surfboard bouwde met redwood. In 1935
ontwierp diezelfde Tom Blake de eerste vaste vin om het board beter bestuurbaar
te maken.
De volgende stap was het lichter worden van het surfboard door gebruikt
te maken van balsahout.
In 1946 kwam een volgende doorbrak, namelijk de constructie van het eerste
board in fibreglass rond een holle kern in plastiek. Deze kern werd dan
later vervangen door de nu gekende “foamblanks”: lichtgewicht kernen waarmee
de basis van de surfplank wordt gevormd.
De deuren van de belangrijkste producent van deze blanks, namelijk Clark
foam, ging op maandag 5 december 2005 dicht.
Dit stelde de surfwereld voor een immens probleem. De meeste surfboards
werden immers geshapet op basis van Clark foam.
Ondertussen waren echter reeds allerlei alternatieven voor het standaard
PU/fibreglass board ontwikkeld.
Ten eerste zijn er de “pop-outs”. In deze productietechniek worden de
surfboards in massaproductie als het ware gegoten. Voorbeelden van pop-outs
zijn BIC en NSP. Hoewel deze boards soms met een scheef oog bekeken worden,
bieden ze heel veel voordelen t.o.v. de klassieke PU/fibreglass boards.
Ze zijn met name door hun constructie veel steviger en drijven beter,
wat ze ideaal maken voor de beginnende surfer.
Verder was het epoxyboard reeds in opgang. In plaats van het gebruik van
een foamkern gecombineerd met PU/fibreglass, wordt dan epoxy gebruikt.
Het voordeel van epoxy is dat het een stuk lichter en steviger is, maar
het nadeel daarvan is dan weer dat het board weinig flex heeft. Dit soort
boards kan zowel handmatig als mechanisch geshapet worden.
In het eerste geval gaat de shaper grotendeels te werk als bij PU/fibreglass
boards. De boards worden handmatig gevormd naar de wensen van de surfer.
Van het laatste type is surftech de bekendste.
http://www.surftech.com/
Hierbij wordt de kern van het surfboard mechanisch gevormd om perfect
overeen te komen met de “master”, zijnde een shape die zich reeds heeft
bewezen. De afwerking van dit board gebeurt, in tegenstelling tot de echte
pop-outs, deels wel nog handmatig.
Ook de constructie van houten surfboards wint steeds meer aan belang als
duurzaam alternatief voor de PU/fibreglass. Zo bouwt Tom Wegener duurzame
nieuwe houten surfboards in Noosa Heads, Australië (zie zijn sectie in
de film Sprout).
Verdient eveneens een vermelding: Danny Hess, surfboardmaker extraordinary.
Danny Hess maakt surfboards die een zo klein mogelijke milieuimpact veroorzaken.
De Hess surfboards worden vervaardigd uit hout:
http://www.hesssurfboards.com/
Zelfs houten doe-het-zelf kits zijn beschikbaar.
Zie bv. http://www.grainsurfboards.com/
Evenzeer interessant zijn de uit bamboo gemaakte surfboards door Richard
Matthews (The Surfer’s Path #61). Richard Matthews was betrokken bij
de oprichting van Billabong en bouwt nu duurzame surfboards. De kern van
deze boards bestaat uit polystyrene foam die dan omwikkeld wordt met een
dunne laag bamboo, in vervanging van fibreglass. De rails worden gemaakt
van ofwel licht hout of natuurlijk rubber.
Ook balsaboards worden nog steeds gemaakt.
Dit zijn niet de enige constructietechnieken. Nieuwe methodes duiken alsmaar
op:
Zo gebruikt bufo surfboards een unieke, gepatenteerde, hydroflex
techniek. Hydroflex geeft het board, zoals de naam zegt, meer flex én
is dit materiaal bijna onverwoestbaar.
http://www.bufo-boards.com/
Ook firewire is een nieuwe techniek om surfboards te maken. Deze
surfboards bestaat uit een EPS/Epoxy kern met parabolische balsa rails.
Firewire heeft goede flex karakteristieken en is ook een heel stevig constructie,
mede door de balsa rails (het meest schadegevoelige deel van een surfboard).
http://www.firewiresurfboards.com/
|
|
|
AFMETINGEN
|
| |
|
De afmetingen vind je vaak
op de plank zelf weer. Deze zijn weergeven in Engelse maten, namelijk
feet en inch. Vaak staan afmetingen op de plank zelf vermeld. In het geval
van een shortboard is dit bijvoorbeeld:
6'2" x 2 3/4"
x 19 2/3"
De afmetingen worden dus
weergeven in 3 delen.
Het eerste deel is normaal
de lengte van het surfboard. Het eerste getal moet je lezen als feet (1
feet = 30,5 cm). Het tweede getal, in inch, tel je erbij in cm (1 inch=
2,54 cm). Concreet toegepast geeft dit dus: 6 feet (183 cm) + 2 inch (5,08
cm) = 188,08 cm
Het tweede deel geeft de
maximale dikte van de plank weer, ook in inch. Het breukdeel tel je er
ook bij. In het voorbeeld geeft dit dus 2 inch (5,08 cm) + 3/4 van een
inch (1,09 cm) = 6,17 cm
Het derde en laatste deel
is de afmeting aan het breedste punt van de plank. Afhankelijk van de
plank is dit punt meer naar voor of meer naar achter vanaf het midden
(bv. bij een gun ligt het breedste punt voorbij het midden naar voor toe).
Concreet: 19 inch (45,72 cm) + 2/3 van een inch (1,69 cm) = 47,41 cm
Een vaak weerkerende vraag
is welke afmetingen nu ideaal zijn. Deze vraag hangt af van een groot
aantal factoren:
- gewicht/lengte surfer;
- type golven;
- materiaal surfboard (epoxy drijft bv. beter dan PU);
- ...
Je laat je daarom best
bij de aankoop bijstaan door een ervaren surfer of je kan ook ten rade
gaan bij een shaper die je kan adviseren over de afmetingen van je plank.
|
|
|