| Specifieke
stromingen in de Noordzee
In
de wereldzeeën zijn er vaste stromen. Zo heb je in de Atlantische
Oceaan de golfstroom, die warm water van de Caraïben naar de Noordpool
brengt. Hierdoor hebben we nog een relatief warme winter, vooral als je
het vergelijkt met Canada.
De
Hayardstroom of reststroom
Dit
is de aftakking van de golfstroom die door het kanaal richting de Noordzee
stroomt. Deze stroom heeft een grote invloed op ons klimaat en op de bodemstructuur,
stoomsterkte en stroomrichting voor onze badplaats.

Ebstroom
en vloedstroom
Aan
onze kust verandert het getij twee keer per dag. De ebstroom en vloedstroom
zijn een gevolg van de getijdenwerking. Het is iedere keer 25' later hoog
of laagwater. Per 24 uur dus 50 minuten.
Dit komt doordat de aarde rond haar as draait in +/-24 uur. De maan draait
rond de aarde, maar na 24 uur staat ze nog niet op exact dezelfde plaats.
De maan heeft dan nog 50 minuten nodig. Dit is de reden waarom de getijden
iedere dag verschillen.
Wanneer
de zon - aarde - maan op 1 lijn staan, zorgt dit voor extra aantrekkingskracht.
Het gevolg is springtij. Het water komt hoger bij hoogwater en lager bij
laagwater. De stromingen zullen dus ook sterker zijn, aangezien de afstand
tussen hoog- en laagwater groter is, maar dit in eenzelfde tijdspanne.
Het tijdstip van springtij is 2 dagen na volle maan of nieuwe maan.
Wanneer
de zon en maan t.o.v. de aarde in een rechte hoek staan, krijgen we doodtij.
Er is relatief 'weinig' verschil tussen hoog- en laagwater en dus minder
stroming. Het tijdstip van doodtij is 2 dagen na het eerste en laatste
kwartier.

De
relatie tussen de getijden en de stroming
2
uur voor laagwater is de stroming richting zee (gevaar!!!!)
Bij
laagwater is de stroming richting Frankrijk (links)
2
uur voor hoogwater is de stroming richting kust - onshore
Bij
hoogwater is de stroming richting Nederland (rechts)
VECHT
NOOIT TEGEN EEN STROOM, DIT WIN JE TOCH NIET, GEBRUIK DEZE KENNIS OM VEILG
TERUG AAN LAND TE KOMEN!
Stromingen
als gevolg van winden
Wind
zorgt op het wateroppervlak stroming in de richting van de wind. Dieper
onder water wordt dit gecompenseerd en is er een onderstroom in tegengestelde
richting. Hoe harder de wind - hoe harder de stroming. Veel verdrinkingen
zijn de oorzaak van deze onderstroom.
Landwinden
- offshore - O - Z0 - Z
Er
ontstaat een zeewaartse bovenstoom en een onderstroom richting kust. De
onderstroom zal allerlei gezonken rommel naar de kust voeren zoals dode
vissen en algen.
Zeewinden
- onshore - W - WN - N
Het
strand zal bezaaid zijn met drijfbare rommel: drijfhout, flessen, stookolie
en dergelijke. De zee is meestal woelig en er zijn golven. Er is een sterke
onderstroom richting zee (gevaar!)
Stromingen
door strekdammen, havens en strandhoofden
Al
deze man-made constructies zijn zeewaarts gericht. Zij 'breken' de golven
en de stroming. Ze zijn noodzakelijk voor het behoud van de kust. Maar
ze creëren ook gevaar voor zwemmers en surfers. Door het uitslijten
van het zand naast de golfbreker ontstaat er een sterke stroming richting
zee. Dit is vooral langs de oostkant (rechts) van de golfbreker.
Golfbrekers
hebben een grote invloed op de plaatselijke stromingen.
Het voorbijstromende water botst gedeeltelijk tegen de kop en buigt zich
hierrond. Het water stroomt deels gewoon verder, maar er ontstaat ook
een neerstroom (tegenstroom tegen de dominante stroomrichting van het
water) rond het strandhoofd. Deze neerstroom kan zwemmers in hun greep
houden. Daarom zal een zwemzone nooit naast een golfbreker gelegen zijn.
De stroming aan pieren of staketsels is nog sterker. Pas dus steeds goed
op en help indien nodig.
Stromingen
door zandbanken: zwinnen en muien
Voor
onze kust liggen er allerlei zandbanken. Tussen twee zandbanken liggen
er diepten. Dit zijn muien, op deze muien is er meestal een stroming richting
zee. Deze stromingen zijn soms zichtbaar, soms niet.
Indien je op het strand staat te wachten om uit te peddelen, kijk je best
eens goed naar het water. Indien je 2 schuimmassa's tegen elkaar ziet
'botsen' of schuin wegdraaien kan je daaruit veel over de stroming afleiden.
Indien er twee of meer muien achter elkaar liggen, is er daar een zeer
sterke stroming.

Zwinnen
zijn de ondieptes tussen twee rijen zandbanken. Op die plaatsen breken
er geen golven, omdat de bodem te diep is. Zonder reddingsmiddelen zijn
deze plekken gevaarlijk. Zwinnen en muien komen meestal voor op stranden
zonder golfbrekers.
Je
zit in de stroming: wat nu?
-
niet panikeren
- zoeken naar oplossingen
- probeer mee te zwemmen met de golven
- indien je niet dichter komt bij het strand: schuin naar het strand zwemmen
om zo uit de zeewaartse stroming (rip) te komen
- trek de aandacht van een passant - medesurfer
|