- Surfen

Geschiedenis van het surfen
De aloha spirit
De eerste stappen
Surfconditie
Surftechniek


- Surfboards

Boardguide
Fins
Concave Tail Rocker
Constructie
Leash


- Golven

Hoe ontstaan golven
Cursus voorspellen
Klassieke condities
Swell tips

Spots?
Voorrangsregels!


- De Noordzee

Algemeen
Stroming
Waterkwaliteit


- Wetsuit

Het wetsuit principe
Zomer
Winter
Tussenseizoen
Botjes - handschoenen - kapje


- Save the wave

Save the waves coalition
Surfrider Foundation
Surfers against Sewage
The Green Wave awards
Surfaid


- Links

Alle surflinks


 
 
De Noordzee is een randzee van de Atlantische Oceaan in Noordwest-Europa, met een gemiddelde diepte van 94 meter. Ten zuiden van de Doggersbank bedraagt de diepte doorgaans minder dan 50 meter.

De zee wordt aan drie zijden door land begrensd en opent zich trechtervormig naar de Noordoostelijke Atlantische Oceaan.

De Noordzee is geologisch gezien een oude zee. Zowel het ontstaan als de veranderingen in grootte en vorm zijn over een tijdsverloop van ongeveer 350 miljoen jaar terug te vinden.

De temperatuur van het zeewater ligt gemiddeld tussen 18 °C ‘s zomers en 1 °C ‘s winters. De temperatuur varieert daarbij sterk, afhankelijk van de waterdiepte en de stroming vanuit de Atlantische Oceaan. In de diepere noordelijke Noordzee, in een gebied zuidelijk en oostelijk van de Shetland eilanden, ligt de watertemperatuur door het binnenstromende Atlantische water het hele jaar door bijna constant rond 10 °C. Aan de zeer ondiepe Waddenzeekust komen de grootste temperatuurschommelingen voor en kan in zeer koude winters ook ijsvorming optreden.

De getijden komen voort uit de getijgolf in de Noordelijke Atlantische oceaan; de Noordzee zelf is te klein en te vlak om een noemenswaardige invloed te hebben. Eb en vloed wisselen zich af in een ritme van 12,5 uur. De getijgolf loopt, op grond van het Corioliseffect, om Schotland heen tegen de klok in langs de Engelse kust.

 

STROMINGSLEER
 
Specifieke stromingen in de Noordzee

In de wereldzeeën zijn er vaste stromen. Zo heb je in de Atlantische Oceaan de golfstroom, die warm water van de Caraïben naar de Noordpool brengt. Hierdoor hebben we nog een relatief warme winter, vooral als je het vergelijkt met Canada.

De Hayardstroom of reststroom

Dit is de aftakking van de golfstroom die door het kanaal richting de Noordzee stroomt. Deze stroom heeft een grote invloed op ons klimaat en op de bodemstructuur, stoomsterkte en stroomrichting voor onze badplaats.

Ebstroom en vloedstroom

Aan onze kust verandert het getij twee keer per dag. De ebstroom en vloedstroom zijn een gevolg van de getijdenwerking. Het is iedere keer 25' later hoog of laagwater. Per 24 uur dus 50 minuten.
Dit komt doordat de aarde rond haar as draait in +/-24 uur. De maan draait rond de aarde, maar na 24 uur staat ze nog niet op exact dezelfde plaats. De maan heeft dan nog 50 minuten nodig. Dit is de reden waarom de getijden iedere dag verschillen.

Wanneer de zon - aarde - maan op 1 lijn staan, zorgt dit voor extra aantrekkingskracht. Het gevolg is springtij. Het water komt hoger bij hoogwater en lager bij laagwater. De stromingen zullen dus ook sterker zijn, aangezien de afstand tussen hoog- en laagwater groter is, maar dit in eenzelfde tijdspanne. Het tijdstip van springtij is 2 dagen na volle maan of nieuwe maan.

Wanneer de zon en maan t.o.v. de aarde in een rechte hoek staan, krijgen we doodtij. Er is relatief 'weinig' verschil tussen hoog- en laagwater en dus minder stroming. Het tijdstip van doodtij is 2 dagen na het eerste en laatste kwartier.


 

De relatie tussen de getijden en de stroming

2 uur voor laagwater is de stroming richting zee (gevaar!!!!)

Bij laagwater is de stroming richting Frankrijk (links)

2 uur voor hoogwater is de stroming richting kust - onshore

Bij hoogwater is de stroming richting Nederland (rechts)

VECHT NOOIT TEGEN EEN STROOM, DIT WIN JE TOCH NIET, GEBRUIK DEZE KENNIS OM VEILG TERUG AAN LAND TE KOMEN!

 

Stromingen als gevolg van winden

Wind zorgt op het wateroppervlak stroming in de richting van de wind. Dieper onder water wordt dit gecompenseerd en is er een onderstroom in tegengestelde richting. Hoe harder de wind - hoe harder de stroming. Veel verdrinkingen zijn de oorzaak van deze onderstroom.

Landwinden - offshore - O - Z0 - Z

Er ontstaat een zeewaartse bovenstoom en een onderstroom richting kust. De onderstroom zal allerlei gezonken rommel naar de kust voeren zoals dode vissen en algen.

Zeewinden - onshore - W - WN - N

Het strand zal bezaaid zijn met drijfbare rommel: drijfhout, flessen, stookolie en dergelijke. De zee is meestal woelig en er zijn golven. Er is een sterke onderstroom richting zee (gevaar!)

 

Stromingen door strekdammen, havens en strandhoofden

Al deze man-made constructies zijn zeewaarts gericht. Zij 'breken' de golven en de stroming. Ze zijn noodzakelijk voor het behoud van de kust. Maar ze creëren ook gevaar voor zwemmers en surfers. Door het uitslijten van het zand naast de golfbreker ontstaat er een sterke stroming richting zee. Dit is vooral langs de oostkant (rechts) van de golfbreker.

Golfbrekers hebben een grote invloed op de plaatselijke stromingen.
Het voorbijstromende water botst gedeeltelijk tegen de kop en buigt zich hierrond. Het water stroomt deels gewoon verder, maar er ontstaat ook een neerstroom (tegenstroom tegen de dominante stroomrichting van het water) rond het strandhoofd. Deze neerstroom kan zwemmers in hun greep houden. Daarom zal een zwemzone nooit naast een golfbreker gelegen zijn.
De stroming aan pieren of staketsels is nog sterker. Pas dus steeds goed op en help indien nodig.

 

Stromingen door zandbanken: zwinnen en muien

Voor onze kust liggen er allerlei zandbanken. Tussen twee zandbanken liggen er diepten. Dit zijn muien, op deze muien is er meestal een stroming richting zee. Deze stromingen zijn soms zichtbaar, soms niet.
Indien je op het strand staat te wachten om uit te peddelen, kijk je best eens goed naar het water. Indien je 2 schuimmassa's tegen elkaar ziet 'botsen' of schuin wegdraaien kan je daaruit veel over de stroming afleiden. Indien er twee of meer muien achter elkaar liggen, is er daar een zeer sterke stroming.

Zwinnen zijn de ondieptes tussen twee rijen zandbanken. Op die plaatsen breken er geen golven, omdat de bodem te diep is. Zonder reddingsmiddelen zijn deze plekken gevaarlijk. Zwinnen en muien komen meestal voor op stranden zonder golfbrekers.

Je zit in de stroming: wat nu?

- niet panikeren
- zoeken naar oplossingen
- probeer mee te zwemmen met de golven
- indien je niet dichter komt bij het strand: schuin naar het strand zwemmen om zo uit de zeewaartse stroming (rip) te komen
- trek de aandacht van een passant - medesurfer